Skip to main content
Etymology

dull

/dʌl/

adjective

Origin

Proto-Germaans

*dulaz — dwaas, traag van begrip

Overview

Meaning Now

  • saai, oninteressant of vervelend
  • niet scherp; bot (van een mes of gereedschap)
  • niet helder of levendig; dof (van kleur of geluid)

Literal older meaning

traag of onverschillig

Language path

Proto-Germaans → Oudengels → Engels

Earliest form

dol

Earliest period

10e eeuw

Journey

Het woord 'dull' is historisch verwant met het Nederlandse woord 'dol'. In het Oudengels betekende het 'dwaas' of 'onverstandig'. Pas in de loop van de middeleeuwen verschoof de betekenis naar 'traag van begrip' en later naar fysieke eigenschappen zoals 'bot' of 'dof', waarschijnlijk beïnvloed door de associatie tussen traagheid en een gebrek aan scherpte.

Evolution

  1. Proto-Germaans

    *dulaz

    “dwaas, onverstandig”

  2. Oudengels

    dol

    “dwaas, traag”

    verwant aan het Nederlandse 'dol'

  3. Middelengels

    dul

    “traag van geest, ongevoelig, bot”

  4. Modern Engels

    dull

    “saai, bot, dof”

Connections

Word parts

dull

root

dwaas, traag, bot

Related across languages

  • Nederlands

    dol

    gek, waanzinnig

  • Duits

    toll

    geweldig (historisch: dwaas)

Explore next

Related to dull

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.