Skip to main content
Etymology

banaal

/baːˈnaːl/

bijvoeglijk naamwoord

Origin

Frankisch

*bannan — openbaar, toegankelijk voor iedereen (van de heer)

Overview

Meaning Now

  • Alledaags, afgezaagd of zonder originaliteit.
  • Gemeenplaatsig, onbeduidend of platvloers.

Language path

Frankisch → Oudfrans → Frans → Nederlands

Earliest form

banal

Earliest period

19e eeuw

Journey

Het woord vindt zijn oorsprong in het feodale stelsel. Een 'ban' was een openbaar bevel van een heer. Een 'banal'-molen was een molen die door alle horigen van een heer verplicht gebruikt moest worden. Omdat iedereen hier toegang toe had en het gebruik verplicht was, verschoof de betekenis van 'publiek toegankelijk' naar 'gewoontjes' of 'niet origineel'.

Evolution

  1. Frankisch

    *bannan

    “bevel, verbod”

  2. Oudfrans

    ban

    “publieke aankondiging door een heer”

  3. Frans

    banal

    “betrekking hebbend op de banmolen; later: algemeen, alledaags”

    Oorspronkelijk verwees het naar zaken die iedereen moest gebruiken (zoals een banmolen), wat leidde tot de betekenis 'gewoontjes'.

  4. Nederlands

    banaal

    “alledaags, afgezaagd”

Connections

Word parts

ban

root

openbaar gebod of verplichting

-aal

suffix

betreffende, behorend tot

Related across languages

  • Frans

    banal

    alledaags

  • Duits

    banal

    banaal

Explore next

Related to banaal

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.