snob
/snɔp/
zelfstandig naamwoord
Origin
Engels
snob — Oorspronkelijk een schoenmakersgezel of een persoon van lage komaf
Overview
Meaning Now
- Iemand die zich superieur voelt aan anderen op basis van sociale status, afkomst of intellectuele smaak.
- Iemand die dwepend gedrag vertoont ten aanzien van luxe, mode of hogere kringen.
Language path
Engels → Nederlands
Earliest form
snob
Earliest period
18. eeuw
Journey
De term verscheen in de late 18e eeuw in Engelse universiteitssteden om arbeiders of niet-studenten aan te duiden. In de 19e eeuw verschoof de betekenis naar iemand die probeert te horen bij de hogere sociale klassen door een neerbuigende houding aan te nemen tegenover mensen die zij als inferieur beschouwen.
Evolution
- 1781
snob
“Schoenmakersgezel”
Eerste attestatie in Cambridge-archieven.
- 19. eeuw
snob
“Iemand die geen lid is van de universiteit (niet-adellijk)”
Studenten in Cambridge gebruikten de term voor niet-academici.
- 1848
snob
“Iemand die een sociale superioriteit veinst”
Populair gemaakt door William Makepeace Thackeray.
Connections
Explore next
Related to snob
External references use DefinedTerm semantics.