banaan
/baːˈnaːn/
zelfstandig naamwoord
Origin
Wolof
banaana — bananenvrucht
Overview
Meaning Now
- een langwerpige, licht gekromde vrucht van de bananenplant met een gele of groene schil.
- de tropische plant (geslacht Musa) die deze vruchten draagt.
Language path
Wolof → Portugees → Nederlands
Earliest form
banana
Earliest period
17e eeuw
Journey
De term is via de Portugese taal uit het Wolof, een taal uit Senegal en Gambia, in Europese talen terechtgekomen. In de vroege koloniale periode fungeerde het Portugees als lingua franca in de handel met West-Afrika, waardoor de naam zich over de wereld verspreidde.
Evolution
- 16e eeuw (Wolof)
banaana
“bananenvrucht”
Ontlening vanuit West-Afrikaanse talen via de Portugese handel.
- 17e eeuw (Portugees)
banana
“bananenvrucht”
Verspreiding via Portugese ontdekkingsreizigers.
- 18e eeuw (Nederlands)
banaan
“bananenvrucht”
Aanpassing aan de Nederlandse fonologie.
Connections
Related across languages
Engels
banana
banaan
Frans
banane
banaan
Spaans
banana
banaan
Explore next
Related to banaan
External references use DefinedTerm semantics.