Skip to main content
Etymology

mango

/ˈmɑŋ.ɣoː/

zelfstandig naamwoord

Origin

Tamil

māṅkāy — onrijpe mango (mā 'mangoboom' + kāy 'onrijpe vrucht')

Overview

Meaning Now

  • een tropische vrucht met een sappig, oranje vruchtvlees en een grote, platte pit
  • de boom (Mangifera indica) die deze vrucht draagt

Language path

Dravidische talen (Tamil/Malayalam) → Portugees → Nederlands

Earliest form

manga

Earliest period

16e eeuw

Journey

De mango is inheems in Zuid-Azië. De verspreiding van de term in Europese talen verliep via Portugese handelaren die de vrucht ontdekten in de regio Kerala, waar in het Malayalam de term 'māṅga' werd gebruikt. Dit woord werd door Portugezen aangepast tot 'manga' en vervolgens door andere Europese talen overgenomen, waarbij de uitgang vaak werd gewijzigd in '-o'.

Evolution

  1. Tamil

    māṅkāy

    “onrijpe mangovrucht”

    De brontaal voor de naam van de vrucht.

  2. Portugees (16e eeuw)

    manga

    “de tropische vrucht”

    Portugezen namen de term over uit India.

  3. Nederlands (17e eeuw)

    mango

    “de tropische vrucht”

    Via internationale handelsroutes in het Nederlands terechtgekomen.

Connections

Related across languages

  • Portugees

    manga

    mango

  • Engels

    mango

    mango

  • Frans

    mangue

    mango

Explore next

Related to mango

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.