Skip to main content
Etymology

pasta

/ˈpɑsta/

zelfstandig naamwoord

Origin

Oudgrieks

pastē — gerstebrij

Overview

Meaning Now

  • Een Italiaans voedingsproduct gemaakt van deeg op basis van bloem, water en soms eieren, dat in uiteenlopende vormen wordt gekookt.
  • Een smeerbare massa of brij, zoals tandpasta.

Literal older meaning

deeg

Language path

Oudgrieks → Latijn → Italiaans → Nederlands

Earliest form

pasta

Earliest period

19e eeuw

Journey

Het woord 'pasta' stamt af van het Griekse 'pastē', wat verwees naar een mengsel van meel en vloeistof. Hoewel de techniek van het maken van deegwaren al duizenden jaren oud is, werd de term 'pasta' in het Nederlands pas relatief laat algemeen gangbaar als verzamelnaam voor Italiaanse deegwaren.

Evolution

  1. Oudgrieks

    pastē

    “gerstebrij of saus”

    Afgeleid van pāssein (kneden).

  2. Latijn

    pasta

    “deeg, brij”

    Directe overname uit het Grieks.

  3. Italiaans

    pasta

    “deegwaren”

    Specifieke culinaire betekenis ontwikkeld in Italië.

  4. Nederlands

    pasta

    “deegwaren / smeerbare substantie”

    Eind 19e/begin 20e eeuw geïntroduceerd.

Connections

Word parts

pasta

root

deeg

Related across languages

  • Frans

    pâte

    deeg

  • Engels

    paste

    plakmiddel / pasta

Explore next

Related to pasta

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.