Skip to main content
Etymology

semieten

/seˈmi.tə(n)/

zelfstandig naamwoord

Origin

Bijbels Hebreeuws

שֵׁם (Šēm) — naam, reputatie (naam van een zoon van Noach)

Overview

Meaning Now

  • Volkeren die talen uit de Semitische taalfamilie spreken of spraken.
  • Individuen die behoren tot de volkeren die historisch of linguïstisch als Semitisch worden geclassificeerd.

Literal older meaning

afstammelingen van Sem

Language path

Hebreeuws → Duits → Nederlands

Earliest form

Semiten

Earliest period

18e eeuw

Journey

De term werd eind 18e eeuw wetenschappelijk geïntroduceerd door de Duitse historicus August Ludwig von Schlözer. Hij baseerde de benaming op de Tafel der Volkeren in het boek Genesis, waarin Sem wordt genoemd als een van de zonen van Noach. De term werd aanvankelijk uitsluitend in een taalkundige en etnologische context gebruikt voor groepen zoals de Arabieren, Arameeërs, Babyloniërs en Hebreeën.

Evolution

  1. Oudtestamentisch Hebreeuws

    Sem (שֵׁם)

    “Zoon van Noach”

  2. 18e-eeuws Duits

    Semiten

    “Groep volkeren sprekend Semitische talen”

    Geïntroduceerd door A.L. von Schlözer om taalgroepen te classificeren.

  3. Modern Nederlands

    semieten

    “Sprekers van Semitische talen”

Connections

Word parts

Sem

root

Naam van de bijbelse figuur

-iet

suffix

achtervoegsel voor aanduiding van volkeren of aanhangers

-en

ending

meervoudsuitgang

Related across languages

  • Duits

    Semiten

    Semieten

  • Engels

    Semites

    Semieten

Explore next

Related to semieten

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.