Skip to main content
Etymology

commuter

/kəˈmjuːtə/

zelfstandig naamwoord

Origin

Latijn

commutare — volledig veranderen, uitwisselen

Overview

Meaning Now

  • Iemand die regelmatig tussen woon- en werkplaats reist, vaak over een aanzienlijke afstand.

Literal older meaning

iemand die heen en weer reist (van Latijn commutare)

Language path

Latijn → Oudfrans → Engels

Earliest form

commuter

Earliest period

19e eeuw

Journey

De term ontstond in de 19e eeuw in de Verenigde Staten. Spoorwegmaatschappijen boden 'commutation tickets' aan, waarmee reizigers hun reguliere (vaak dure) kaartjes konden 'omwisselen' of vervangen voor een voordeliger abonnement. De gebruiker van dit ticket werd de 'commuter'.

Evolution

  1. Latijn

    commutare

    “veranderen of uitwisselen”

  2. Oudfrans

    commuter

    “veranderen of inruilen”

  3. Engels (19e eeuw)

    commuter

    “iemand die een 'commutation ticket' (reiskaart met gereduceerd tarief) gebruikt”

Connections

Word parts

commut-

root

wisselen

-er

suffix

doener van de handeling

Related across languages

  • Frans

    commuer

    veranderen (juridische context)

  • Spaans

    conmutar

    omzetten of veranderen

Explore next

Related to commuter

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.