gelijk
/ɣəˈlɛi̯k/
bijvoeglijk naamwoord
Origin
Oergermaans
*ga- + *līkan- — met eenzelfde uiterlijk of vorm
Overview
Meaning Now
- identiek in eigenschappen, vorm of waarde
- vlak, zonder oneffenheden
- het hebben van een terechte of correcte opvatting
Literal older meaning
oorspronkelijk 'met eenzelfde lichaam' of 'passend'
Language path
Oergermaans → Middelnederlands → Nederlands
Earliest form
gelīc
Earliest period
12e eeuw
Journey
Het woord 'gelijk' is diep geworteld in de Germaanse talen en deelt een gemeenschappelijke oorsprong met het Engelse 'like'. De betekenisverschuiving van 'van dezelfde vorm' naar 'correct' (zoals in 'je hebt gelijk') is een abstractieproces dat in de vroege Middeleeuwen plaatsvond.
Evolution
- Oergermaans
*galīkaz
“gelijkend, van dezelfde soort”
Samengesteld uit het voorvoegsel *ga- en *līk- (lichaam, vorm).
- Middelnederlands
gelīc
“gelijkend, evenredig, vlak”
- Modern Nederlands
gelijk
“identiek, correct, vlak”
Connections
Word parts
ge-
prefix
samen, met
-lijk
suffix
vorm, lichaam, uiterlijk
Related across languages
Duits
gleich
gelijk, identiek
Engels
like
gelijkend op
Fries
gelyk
gelijk
Explore next
Related to gelijk
External references use DefinedTerm semantics.