hartstocht
/ˈɦɑrts.tɔxt/
zelfstandig naamwoord
Origin
Nederlands
hart + tocht — een beweging of gesteldheid van het hart
Overview
Meaning Now
- Hevige emotie of gevoel; hartstochtelijkheid.
- Grote gedrevenheid of passie voor een onderwerp of activiteit.
Literal older meaning
tocht van het hart
Language path
Oergermaans → Middelnederlands → Nederlands
Earliest form
hertstocht
Earliest period
14e eeuw
Journey
Het woord is een typisch Germaanse samenstelling waarbij het hart als zetel van de emoties wordt gezien. De term 'tocht' verwijst hier niet naar wind, maar naar een 'gang' of 'beweging' van de geest of het gevoel.
Evolution
- Oergermaans
*hertōn
“hart”
Basis voor het eerste deel.
- Middelnederlands
hertstocht
“hevige emotie”
Samenstelling van hart en tocht (beweging).
- Modern Nederlands
hartstocht
“passie”
Gestandaardiseerde spelling.
Connections
Word parts
hart
root
het orgaan of het emotionele centrum
tocht
root
beweging, gang
Related across languages
Duits
Herzog
letterlijk 'legeraanvoerder', maar etymologisch verwant met 'hart' (hertog)
Explore next
Related to hartstocht
External references use DefinedTerm semantics.