Skip to main content
Etymology

bank

/bɑŋk/

zelfstandig naamwoord

Origin

Oergermaans

*bankiz — zitbank, verhoging

Overview

Meaning Now

  • Een meubelstuk om op te zitten of liggen.
  • Een financiële instelling waar men geld bewaart of leent.

Literal older meaning

Een verhoging of een zitplaats

Language path

Oergermaans → Middelnederlands → Nederlands

Earliest form

banke

Earliest period

12e eeuw

Journey

De betekenis 'financiële instelling' is afgeleid van de 'bank' (toonbank) waar geldwisselaars in de middeleeuwen in steden als Florence hun zaken deden op de openbare markt.

Evolution

  1. Oergermaans

    *bankiz

    “verhoging, zitbank”

  2. Middelnederlands

    banke

    “zitmeubel, toonbank van een geldwisselaar”

  3. Modern Nederlands

    bank

    “zitmeubel en financiële instelling”

Connections

Word parts

bank

root

zitplaats of financiële instelling

Related across languages

  • Duits

    Bank

    bank (zowel zitmeubel als instituut)

  • Engels

    bench

    werkbank of zitbank

  • Engels

    bank

    financiële instelling of oever

Explore next

Related to bank

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.