Skip to main content
Etymology

geloof

/ɣəˈloːf/

zelfstandig naamwoord

Origin

Proto-Germaans

*galaubjan — vertrouwen, liefhebben

Overview

Meaning Now

  • Het vertrouwen in iets of iemand zonder dat daar tastbaar bewijs voor nodig is.
  • Een georganiseerde religieuze overtuiging of geloofsleer.

Literal older meaning

vertrouwen

Language path

Proto-Germaans → Middelnederlands → Nederlands

Earliest form

gelove

Earliest period

12e eeuw

Journey

Het woord is nauw verwant aan het Engelse 'belief' en het Duitse 'Glaube'. Het bevat de wortel die ook terug te vinden is in 'lief' en 'loven', wat duidt op een oorspronkelijke betekenis van 'iets dierbaar houden' of 'waarderen'.

Evolution

  1. Proto-Germaans

    *galaubjan

    “vertrouwen, instemmen”

  2. Oudnederlands

    gilōvo

    “geloof”

  3. Middelnederlands

    gelove

    “vertrouwen, religieuze overtuiging”

Connections

Word parts

ge-

prefix

collectief of voltooiend voorvoegsel

loof

root

vertrouwen

Related across languages

  • Duits

    Glaube

    geloof

  • Engels

    belief

    geloof

Explore next

Related to geloof

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.