Skip to main content
Etymology

fluisteren

ˈflœy̯stərə(n)

werkwoord

Origin

Proto-Germaans

*hluistrian — luisteren, horen

Overview

Meaning Now

  • met zachte, hese stem spreken, zonder de stembanden te laten trillen
  • in het geheim of zachtjes verspreiden van informatie

Language path

Proto-Germaans → Middelnederlands → Nederlands

Earliest form

fluysteren

Earliest period

13e eeuw

Journey

Het woord is etymologisch nauw verwant aan 'luisteren'. In vroegere fasen van het Germaans betekende het 'aandachtig horen'. De verschuiving naar 'zacht spreken' is waarschijnlijk ontstaan doordat men bij het 'luisteren' naar geheimen zelf ook de stem verlaagde om niet gehoord te worden.

Evolution

  1. Proto-Germaans

    *hluistrian

    “luisteren, met aandacht horen”

    De betekenisverschuiving vond plaats van 'luisteren' naar 'zacht spreken'.

  2. Middelnederlands

    fluysteren

    “zacht spreken”

  3. Nederlands

    fluisteren

    “met gedempte stem spreken”

Connections

Word parts

fluister

root

de handeling van het zacht spreken

en

ending

infinitiefuitgang

Related across languages

  • Duits

    flüstern

    fluisteren

  • Oudengels

    hlyst

    gehoor, aandacht

Explore next

Related to fluisteren

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.