samen
/ˈsaːmə(n)/
bijwoord
Origin
Proto-Germaans
*samana- — samen, hetzelfde
Overview
Meaning Now
- in gezelschap van anderen
- tegelijkertijd of in één geheel
Language path
Proto-Germaans → Middelnederlands → Nederlands
Earliest form
samen
Earliest period
13e eeuw
Journey
Het woord stamt uit een zeer oude Indo-Europese wortel die 'één' betekent, vergelijkbaar met het Griekse 'homos' (dezelfde). Het is een kernwoord in de Germaanse talen om collectiviteit aan te duiden.
Evolution
- Proto-Indo-Europees
*sem-
“één, samen”
Basis voor begrippen van eenheid.
- Proto-Germaans
*samana-
“samen”
- Oudnederlands
saman
“samen”
- Middelnederlands
samen
“tezamen, gelijktijdig”
- Modern Nederlands
samen
“in gezelschap of gezamenlijk”
Connections
Word parts
sam-
root
één, samen
-en
suffix
adverbiaal achtervoegsel
Related across languages
Duits
zusammen
samen
Engels
same
hetzelfde
Oudgrieks
homos
dezelfde
Explore next
Related to samen
External references use DefinedTerm semantics.