Skip to main content
Etymology

samen

/ˈsaːmə(n)/

bijwoord

Origin

Proto-Germaans

*samana- — samen, hetzelfde

Overview

Meaning Now

  • in gezelschap van anderen
  • tegelijkertijd of in één geheel

Language path

Proto-Germaans → Middelnederlands → Nederlands

Earliest form

samen

Earliest period

13e eeuw

Journey

Het woord stamt uit een zeer oude Indo-Europese wortel die 'één' betekent, vergelijkbaar met het Griekse 'homos' (dezelfde). Het is een kernwoord in de Germaanse talen om collectiviteit aan te duiden.

Evolution

  1. Proto-Indo-Europees

    *sem-

    “één, samen”

    Basis voor begrippen van eenheid.

  2. Proto-Germaans

    *samana-

    “samen”

  3. Oudnederlands

    saman

    “samen”

  4. Middelnederlands

    samen

    “tezamen, gelijktijdig”

  5. Modern Nederlands

    samen

    “in gezelschap of gezamenlijk”

Connections

Word parts

sam-

root

één, samen

-en

suffix

adverbiaal achtervoegsel

Related across languages

  • Duits

    zusammen

    samen

  • Engels

    same

    hetzelfde

  • Oudgrieks

    homos

    dezelfde

Explore next

Related to samen

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.