vrij
/vrɛi̯/
adjectief
Origin
Proto-Germaans
*frījaz — geliefd, tot de eigen stam behorend
Overview
Meaning Now
- niet onderworpen aan dwang of gezag, onafhankelijk
- onbezet, niet in gebruik of niet bezet door iemand
- niet beperkt door verplichtingen
Language path
Proto-Germaans → Middelnederlands → Nederlands
Earliest form
vrī
Earliest period
12e eeuw
Journey
Het woord is etymologisch nauw verwant aan woorden voor 'vriend' en 'liefde' (zoals 'vrijen'). Het concept 'vrij' was in de Germaanse samenleving verbonden met de status van iemand die tot de groep van 'geliefden' of stamgenoten behoorde, in tegenstelling tot slaven.
Evolution
- Proto-Indo-Europees
*priH-o-
“geliefd, eigen”
- Proto-Germaans
*frījaz
“vrij, geliefd”
- Middelnederlands
vrī
“vrij, ongehinderd”
- Modern Nederlands
vrij
“onafhankelijk, onbezet”
Connections
Word parts
vrij
root
vrij, onafhankelijk
Related across languages
Duits
frei
vrij
Engels
free
vrij
Oudnoords
frīr
vrij, geliefd
Explore next
Related to vrij
External references use DefinedTerm semantics.