kachel
/ˈka.xəl/
zelfstandig naamwoord
Origin
Latijn
caminulus — kleine haard
Overview
Meaning Now
- Een toestel voor het verwarmen van een ruimte, meestal door verbranding van brandstof.
- Een oven voor het bakken van aardewerk of tegels.
Literal older meaning
oorspronkelijk een betegelde oven
Language path
Latijn → Middelnederlands → Nederlands
Earliest form
kachel
Earliest period
14e eeuw
Journey
Het woord is afgeleid van de vroege ovens die bekleed waren met keramische tegels ('kachels'). In de loop der tijd verschoof de betekenis van de bekleding naar het gehele verwarmingstoestel.
Evolution
- Latijn (vulgair)
caminulus
“kleine haard”
- Middelhoogduits
kachele
“aardewerken pot, tegel”
- Middelnederlands
kachel
“oven, tegeltje”
- Modern Nederlands
kachel
“verwarmingstoestel”
Connections
Word parts
kachel
root
verwarmingstoestel
Related across languages
Duits
Kachelofen
tegelkachel
Explore next
Related to kachel
External references use DefinedTerm semantics.