liefde
ˈlifdə
zelfstandig naamwoord
Origin
Germaans
*liub- / *leub- — lief, dierbaar
Overview
Meaning Now
- het gevoel van sterke genegenheid of affectie voor iemand of iets
- romantische of seksuele genegenheid tussen twee mensen
- grote waardering of toegewijde belangstelling voor iets
Language path
Middelnederlands → Nederlands
Earliest form
liefde
Earliest period
13e eeuw
Journey
Liefde behoort tot de oudste en kernwoordenschat van het Nederlands. Het woord is verwant aan vormen in andere Germaanse talen en hangt samen met een oude betekenisgroep rond ‘lief’, ‘dierbaar’ en ‘geliefd’. In middeleeuwse teksten kon het zowel religieuze, hofse als alledaagse genegenheid aanduiden.
Evolution
- Proto-Germaans
*leubaz
“lief, dierbaar”
Adjectivische basis voor de latere afleiding.
- Middelnederlands
liefde
“liefde, genegenheid”
Zelfstandig naamwoord gevormd bij lief.
- Nederlands
liefde
“liefde, genegenheid; romantische liefde”
De vorm bleef stabiel; de betekenis werd breder en abstracter in modern gebruik.
Connections
Word parts
lief
stem
lief, dierbaar
-de
suffix
abstraherend zelfstandig-naamwoordsuffix
Related across languages
Duits
Liebe
liefde
Engels
love
liefde, houden van
Fries
leafde
liefde
Nederduits
Leev
liefde
Explore next
Related to liefde
External references use DefinedTerm semantics.