Skip to main content
Etymology

ontluisterend

/ɔntˈlœy̯stərənt/

bijvoeglijk naamwoord

Origin

Nederlands

ont- + luister — Het wegnemen van glans of aanzien.

Overview

Meaning Now

  • De illusie of goede naam ontnemend; teleurstellend in extreme mate.
  • Iets wat de werkelijkheid onthult op een manier die de waarde of aanzien van iets vermindert.

Literal older meaning

Letterlijk het ontnemen van 'luister' (glans, pracht, heerlijkheid).

Language path

Germaans → Middelnederlands → Nederlands

Earliest form

ontluisterend

Earliest period

19e eeuw

Journey

Het woord 'luister' is etymologisch verwant aan 'luisteren' (het gehoor), maar kreeg door invloed van het Middelnederlandse 'lustre' (glans, van Franse herkomst) de betekenis van pracht. 'Ontluisterend' beschrijft dus het proces waarbij de pracht wordt weggenomen, vergelijkbaar met 'disillusionment'.

Evolution

  1. Middelnederlands

    luustere

    “glans, luister, pracht”

    Oorspronkelijk verbonden met horen/luisteren, maar semantisch verschoven naar 'glans'.

  2. 16e eeuw

    ontluisteren

    “van zijn luister beroven”

  3. 19e eeuw

    ontluisterend

    “teleurstellend, onthullend”

    Gebruik als deelwoord bijvoeglijk gebruikt.

Connections

Word parts

ont-

prefix

weg van, ontneming

luister

root

glans, pracht

-end

suffix

vormt tegenwoordig deelwoord

Related across languages

  • Duits

    entblößen

    ontbloten, onthullen

Explore next

Related to ontluisterend

Get the WordOrigin app

External references use DefinedTerm semantics.