weemoed
/ˈʋeː.mut/
zelfstandig naamwoord
Origin
Middelnederlands
wēemōet — pijnlijke gemoedsgesteldheid
Overview
Meaning Now
- een zachte, droevige gemoedsstemming, vaak gepaard gaand met een verlangen naar het verleden.
Literal older meaning
wee (pijn/verdriet) + moed (gemoed/gezindheid)
Language path
Oergermaans → Middelnederlands → Nederlands
Earliest form
wēemōet
Earliest period
13e eeuw
Journey
Het woord weemoed is een typisch Germaanse samenstelling. Waar 'wee' duidt op fysieke of mentale pijn, duidt 'moed' in deze context op de innerlijke gesteldheid of de ziel. Samen beschrijft het een staat van melancholie die niet zozeer destructief is, maar eerder reflectief en teder.
Evolution
- Oergermaans
*waiamōdaz
“pijnlijke gemoedsgesteldheid”
Samengesteld uit *wai (wee, pijn) en *mōdaz (gemoed, geest).
- Middelnederlands
wēemōet
“droefgeestigheid”
- Modern Nederlands
weemoed
“zachtmoedige melancholie”
Connections
Word parts
wee
root
pijn, verdriet
moed
root
gemoed, ziel
Related across languages
Duits
Wehmut
melancholie, weemoed
Explore next
Related to weemoed
External references use DefinedTerm semantics.